| Uit de praktijk |
|
|
|
|
Hoe werkt reminiscentie in de praktijk? Hierbij een fragment uit het boek 'Groeten uit het verpleeghuis' van Thea van der Hoek Omdat de ‘zang’ in de grote zaal niet doorgaat deze vrijdag, besluit ik in de kleine huiskamer te gaan zingen met een paar bewoners. Ik neem de zangmappen onder mijn arm en gooi ze op de tafel in de kleine huiskamer. Het slaat aan. De dames beginnen zachtjes mee te zingen. Ik zing voor, maar ik ken niet alle wijsjes even goed uit mijn hoofd en de melodie zwabbert dus af en toe door de ruimte. Het deert de vrouwtjes niet, zij kennen ook niet alle melodieën. Samen hebben we er dikke pret om. Dan staat mevrouw Siebelinck in de deuropening. Zij is een bewoonster die in de grote huiskamer verblijft en vaak over de gangen zwerft. Als ik weer op de verkeerde toonhoogte inzet, corrigeert zij mij. “Nee, nee,” zegt ze, “dat moet zo,” en ze zet het lied in. Zuiver en toonvast. Ze komt bij ons zitten. “Mevrouw Siebelinck,” zeg ik vol bewondering, “wat kunt u mooi zingen.” “Ik heb vroeger voorgezongen in de kerk,” antwoordt ze. “De dominee had dat gevraagd omdat ik zo mooi kon zingen. En dat heb ik gedaan tot ik ziek werd.” Er schuilt een zekere trots in haar stem. De herinnering aan de kerk, de dominee en haar eervolle opdracht, doet haar goed. Ik kan zien dat zij rechter gaat zitten. Deze vrouw wilde eerder nooit contact met me maken en ze dwaalde hele dagen over de gang. Nu had ik blijkbaar een ingang gevonden. Of liever gezegd, zíj was ertegenaan gelopen. De hele morgen blijft zij bij ons zitten en we zingen het ene lied na het andere. Er komt een ziekenverzorgster in de deur staan om te luisteren. Ik kijk naar haar en zie haar genieten. Ik geniet ook van deze fijne ochtend. Mevrouw Siebelinck is helemaal in haar element en ze voert ons van ‘Ketelbinkie’ over de ‘woelige baren’ naar ‘de klok van Arnemuiden’. Als de ochtend ten einde loopt en de dames hun toiletgang moeten maken voor het eten, blijft de sfeer nog lang hangen.
Thea vander Hoek |





